|
Hoe vaak zou je niet willen dat er even iets opgehangen wordt of vastgeschroefd? En als je dat
zelf niet kunt kan dat klusje lang blijven liggen. Niet nodig want boren is niet moeilijk of
eng. Belangrijk is dat je het goede boortje hebt. Op de foto zie je verschillende boortjes. Van
boven naar beneden zijn dat: Universeelboor, houtboor, steenboor, speedboor, verzinkboor en gatenboor.
Met een universeelboor zit je snel goed dus koop er een paar in verschillende maten bijv. 4, 6, en 8mm.
Hiermee kun je in hout, metaal en kunststof boren. Voor een gat in de muur heb je een steenboor
nodig. Dat boortje heeft een gekleurd stukje staal bovenin de kop. Een houtboor heeft een puntje
bovenop.
|
|
TIP: Koop een verzameldoosje in de doe-het-zelf-winkel met pluggen en schroeven.
|
|
Een speedboor is voor grotere gaten in het hout. Je boort dan totdat het puntje door het hout
heen is en dan vanaf de andere kant de rest uitboren. Een gatenboor is voor een groter gat in
de muur of een gipsplaat. Speciaal voor electriciteitsdozen bijvoorbeeld. De verzinkboor gebruik
je om een schroef mooi weg te werken om te kunnen verven. De kop valt dan in het ruimere gat
dat de verzinkboor maakt nadat je een gaatje hebt geboord.
|
|
TIP: Extra info vind je op
www.Mediatheek.nl.
|
|
En nu het boren zelf. Misschien moet je even oefenen met een plankje. Zorg dat het plankje
stevig vast zit met bv. lijmklemmen aan een werktafel. Neem een houtboor en houdt de boormachine
met twee handen loodrecht naar beneden op het hout. Druk de "aanknop" langzaam in. Hiermee
draait ook de boor wat langzamer. Wen even aan de snelheid en druk dan steviger. Nu boor je een gat.
Zorg dat je niet in de tafel boort.
|
|
TIP: Als het oppervlak waarin je boort glad is kun je op de plaats van het gat een stukje
afplakband (papier) plakken. Dat is een beetje stroef. Met een potlood kun je dan ook precies
de plaats van het gat aangeven.
|